“Alles goed met u?” De vraag aan de andere kant van de lijn komt van mijn 17-jarige ‘uitvaller’. Ik val even stil en slik iets weg. Deze jongen heeft veel sores aan zijn hoofd en dan toch die vraag… Ooit begonnen op het gymnasium valt hij uiteindelijk uit op de havo. Het is het prototype van de afstromer. Een combinatie van dikke pech en pubertijd. Vorig schooljaar zat ik samen met hem tegenover zijn schoolbestuur. Het verzet en de verbittering die zijn lichaam uit elke porie uitstraalde, leek bijna tastbaar. Deze jongen had de schijn goed tegen. Zijn vader geloofde in hem. Hij wist van waar zijn zoon kwam en zag de belofte die elk kind in zich draagt. Hij keek met andere ogen dan de bestuurders en had daardoor ander beeld voor ogen. Gelukkig ving ik een glimp op van wat de vader zag. Ik besloot om me voor deze leerling hard te maken. “Alles goed met u?” Onder die ruwe bolster glooit nu die blanke pit. Mijn eerste les in beeldvorming kreeg ik als jong advocaatje. In die tijd was de verzoeningscomparitie nog een vast onderdeel van een echtscheidingsprocedure. Dit betekende een verplicht bezoekje aan de rechtbank, omdat de rechter zelf moest vaststellen dat het huwelijk inderdaad duurzaam was ontwricht. Voor mij een kans om de wederpartij te ontmoeten. Ik had van mijn cliënt(e) vaak de meest vreselijke verhalen gehoord en was op het ergste voorbereid. In veel gevallen kwam ik bedrogen uit. Voor mij stond een gewoon mens van wie mijn cliënt(e) een karikatuur had geschetst. Hetzelfde ervaar ik op scholen. In het leerlingdossier tref ik vaak een beeld aan van de leerling en de ouders waar je niet vrolijk van wordt. Vaak is het niet te rijmen met mijn eigen indruk. Overigens schetsen niet alleen scholen beelden van ouders, ook het ministerie van OCW doet dat. Om te weten hoe het ministerie over ouders denkt, loont het de moeite om het internet te bezoeken: www.ouders.nl/pdf/ herken_de_ouder_poster.pdf . De ‘Herken de ouder’ poster schijnt op veel scholen in de lerarenkamer te hangen. Dit beeld over ouders dat het ministerie uitdraagt is niet alleen onsympathiek, maar ook onvolledig. Op de poster ontbreken immers ‘mijn’ ouders. De ouders van de kinderen die op geen school welkom zijn of daar diep ongelukkig worden. De machteloze ouders die met de rug tegen de muur

Ik had van mijn cliënt(e) vaak de meest vreselijke verhalen gehoord

staan en trachten om het kind bescherming te bieden door het tegen zich aan te drukken. Zij proberen de graaiende armen van de schooldirecteur, de leerplichtambtenaar en het AMK te ontwijken en doen een poging om nog wat op de grond gevallen schoolboeken op te rapen. De ouders die met een blik vol ongeloof de drie ‘deskundigen’ tegenover hen aanhoren over wat naar hun mening in het belang is van dit kind en hoe de ouders moeten handelen. Ofschoon dit beeld op de poster een goede aanvulling zou zijn, lijkt nog meer tendentieuze beeldvorming niet verstandig. Beelden zoals uitgedragen door OCW zijn immers gevaarlijk. Beelden kunnen de blik op de werkelijkheid in de weg staan. Zo stel ik altijd dat schoolbestuurders geen ingrijpende beslissingen mogen nemen over de schoolloopbaan van een leerling zonder het kind in de ogen te kijken en zonder de stem van de ouders te hebben gehoord. Om iets aan de beeldvorming over ouders te doen, bracht ik deze mooiste zomer van de eeuw door met mijn laptop in de hangmat. Op verzoek van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht leverde ik een bijdrage aan een advies van mr. Joke Sperling over de rechtspositie van ouders en leerlingen in het onderwijs. Vanuit mijn ervaring in de praktijk wil ik in mijn aandeel duidelijk maken waar betrokken ouders tegenaan lopen. Ik probeer met mijn bijdrage begrip te kweken voor de soms moeilijke positie waarin ouders verkeren. Vooral hoop ik het heersende beeld over ouders bij te stellen. Als we langzaam gaan inzien dat ouders, die blijven rammelen aan de schooldeuren, niet lastig zijn maar zorgzaam, is er voor het onderwijs veel gewonnen.