In augustus 1945 werden de Jappenkampen bevrijd. Gezinnen werden herenigd. Hij was
18 jaar, had nog geen anderhalf jaar HBS achter de rug. Tijdens de periode in het kamp
verdiende hij af en toe met klusjes buiten hetkamp een extra boterham, waarmee hij soms
een les bij een docent kon inkopen. In Holland kon hij misschien zijn school afmaken.

Samen met een vriend werd hij corveeër op een troepentransportschip en voer naar Amsterdam.
Van daaruit bracht een ‘repatriantenbus’ hem in Bussum, voor de deur bij zijn grootouders, die
hem eerst niet herkenden. Op sandalen met wollen sokken meldde hij zich bij de rector van de Gooise HBS met de vraag of hij op school mocht komen voor het vervolgen van zijn onderwijs. De rector antwoordde kort en bondig: ‘Natuurlijk jongen, welke klas had je gedacht?’. Hij koos voor de vierde klas HBS-B. Vanaf maart tot september werkte hij tot laat in de avonduren om zijn achterstanden in te lopen. Hij ging over naar de vijfde klas en behaalde zijn eindexamen. Met nog geen drie jaar middelbare school ging hij geneeskunde studeren. Hij werd een chirurg met ‘gouden handen’; ik ben heel trots op mijn schoonvader.

Terwijl ik naar zijn verhalen luister, denk ik aan mijn zeiljongens. Op het moment dat ik dit schrijf
liggen zij voor de Straat van Gibraltar op weg naar de Middellandse Zee. Ook zij zijn, net als
mijn schoonvader destijds, op reis voor onderwijs. Ook zij proberen hun lessen bij te houden, met hulp van de Wereldschool, omdat zij zo graag verder willen.

‘Natuurlijk jongen, welke klas had je gedacht?’

In plaats van één rector staat hier in Nederland een leger ‘hulpverleners’. Een ambtenaar van het
ministerie van OCW die zich persoonlijk met de zaak bemoeit, de samenwerkingsverbanden VO
Haarlem en Hoofddorp, de schoolbesturen, de leerplichtambtenaar, een officier van justitie, de
Raad voor de Kinderbescherming, een Kinderrechter, een bemiddelaar en een rector. Urenlange
gesprekken en eindeloze mailwisselingen met al deze personen/instanties hebben er nog
niet toe geleid dat het mogelijk is om de jongens op een school in te schrijven. Inschrijving is pas
aan de orde als alle informatie op tafel ligt, de jongens zijn gekeurd en het schoolbestuur bereid
is deze klus aan te nemen. Met twee jongens op zee die als de dood zijn voor die Raad van de
Kinderbescherming die dreigt met een uithuisplaatsing, is het moeilijk manoeuvreren. Ik denk
aan die rector van mijn schoonvader en aan die paar woorden die nodig waren om hem weer
kansen te bieden: ‘Natuurlijk jongen, welke klas had je gedacht?’

Geschreven in opdracht van www.balansdigitaal.nl