‘Het recht moet zijn beloop hebben’… Als je maar zelden met ‘het recht’ te maken hebt, lijkt dat vanzelfsprekend. Als je iets meer ervaring hebt met conflicten, leer je al snel dat tussen ‘recht hebben’ en ‘recht krijgen’ nog een te overbruggen afstand bestaat. Die weegschaal van Vrouwe Justitia is soms maar moeilijk in balans te krijgen. Voor advocaten is dat nou echt een Wet van Meden en Perzen. Zo lijkt er in ons land sprake van een ‘recht op onderwijs’, vastgelegd in diverse internationale verdragen. Daarnaast bepaalt onze Grondwet dat ‘het onderwijs een voorwerp is van aanhoudende zorg der regering’. Aan veel ouders van Balans zal inmiddels duidelijk zijn dat die mooie woorden kinderen niet altijd wat oplevert. De discussie rond Passend Onderwijs laat zien dat er van een onvoorwaardelijk recht op (goed) onderwijs voor alle kinderen geen sprake is. Dat is niet iets om je bij neer te leggen. Zo stapte Karina Schaapman ruim tien jaar geleden naar de rechter in Amsterdam omdat zij goed onderwijs wilde voor haar kinderen. De openbare Montessorischool was door een slechte organisatie en veel uitval van docenten niet echt aan onderwijs toegekomen. De rechter stelde vast dat het niet gaat om ‘de verplichting een bepaald eindniveau bij een leerling te garanderen, maar om de eis dat de in het schoolprogramma opgenomen lesstof tenminste bij benadering aan die leerling wordt aangeboden’. 1 De school was daar volgens de rechter niet in geslaagd. Voor de eerste maal werd een school verplicht om de kosten van de bijlessen van het kind aan de moeder te vergoe – den. De verwachting was dat veel ouders Karina Schaapman zouden volgen. Niets is minder waar. Tijdens de viering van de tiende verjaardag van de zaak ‘Schaap – man’, op 26 mei jl. 2 , bleek dat er sindsdien

Britt besluit om met haar vmbo-diploma door te stromen naar de havo

maar weinig was gebeurd. Integendeel. Er lijken meer kinderen dan ooit uit te vallen en soms maanden of jaren thuis te zitten zonder dat ouders zich roeren. Dat zijn met name kinderen die extra zorg en begeleiding nodig hebben. Deze kinderen lijken meer dan gemiddeld te lijden te hebben onder de schaalvergroting in het onderwijs en het op resultaat gerichte management van schoolbesturen, dat lijkt gericht op onderwijsopbrengsten zoals goede eindexamenresultaten. Maar dan gebeurt er opeens, tegelijkertijd, heel veel. De jonge Laura pakt haar spullen in, waaronder een laptop en het onderwijspakket van de Wereldschool, om met haar bootje de wijde wereld in te trekken. Zij laat, begeleid door haar vader, zien dat je ook buiten school veel kunt leren. Kleine Jennifer staat voor de rechter in Rotterdam om vergoeding van de kosten van haar vervoer naar een Leonardoschool in Gouda. Zij stelt terecht dat ook slimme kinderen recht hebben op een onderwijsplek waar ze nog iets kunnen leren. In het oosten van het land besluit Britt om met haar vmbo-diploma door te stromen naar de havo. Ze is zeer gemotiveerd en neemt geen genoegen met het antwoord van de school dat alleen de beste kandidaten worden toegelaten, omdat de twijfelgevallen van nadelige invloed kunnen zijn op de eindexamenresultaten van de school. Hopelijk kan zij de rechter tot het inzicht brengen dat het in het onderwijs uiteindelijk niet gaat om de resultaten van het management, maar altijd nog om die van de individuele leerling. Deze drie superstoere meiden bewijzen het onderwijsrecht een grote dienst!

1 Rechtbank Amsterdam, 26 mei 1999, AB 2000, 104
2 Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) te Amsterdam, opgericht na een motie van Karina Schaapman als raadslid van de gemeente Amsterdam.