In deze tijd van het jaar stromen de geschillen binnen over toelating en plaatsing van leerlingen. Je zou verwach- ten dat scholen standaard ouders en leerling horen alvorens in zaken zoals deze een beslissing te nemen. Helaas worden ouders steeds vaker niet betrokken bij de beslissing over hun kind. In plaats daarvan gaat de schooldirecteur te rade bij een toelatingscommissie of bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg van het samenwerkingsverband waarbij de school is aangesloten. De adviezen van die commissies worden veelal door de directeur overgenomen.

Sommige commissies besluiten aan de hand van het dossier zonder met de ouders of de leerling te spreken. Ouders zijn daardoor niet in staat om de informatie in een dossier bij te stellen of aan te vullen. Een slechte IQ-test, afgenomen door een stagiaire, kan er dan toe leiden dat er een indicatie komt voor speciaal onderwijs op grond waarvan plaatsing op een reguliere school wordt geweigerd.Ouders worden geconfron- teerd met het besluit en kunnen enkel concluderen dat de feiten waarop het besluit is genomen niet juist zijn. Hen rest dan niets anders dan te berusten of een procedure op te starten. Dit is echter niet de weg om eruit te komen. Op dit moment zijn we het er nog over eens dat het niet zo zou moeten gaan, omdat ouders de vrijheid hebben om te kiezen voor de school van hun kind. Immers, het recht van vrije schoolkeuze is onderdeel van het recht op opvoeding dat in de internationale verdragen aan de ouders is toebedeeld.

Als het aan minister Van Bijsterveldt van Onderwijs ligt, gaat dit veranderen, in elk geval voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Niet de ouders, maar de school zal gaan bepalen waar het kind zal worden geplaatst; de school heeft volgens de minister de instemming van de ouders daarvoor niet nodig. Het lijkt er op dat Van Bijsterveldt het vertrouwen in ouders heeft opgezegd. Zij stelt zich daarmee immers op het standpunt dat de verschil- lende commissies, die het kind veelal nagenoeg niet kennen, wel beter weten

Niet de ouders, maar de school bepaalt waar het kind wordt geplaatst

dan de ouders wat goed is voor het kind. Daarmee miskent de minister bovendien dat ook bij scholen sprake kan zijn van een dubbele agenda. Die is weer een gevolg van de eisen die zij zelf aan de scholen stelt in het kader van de verbete- ring van de kwaliteit van het onderwijs. Door eisen te stellen zonder te zorgen voor goede ondersteuning en voldoende goede docenten, houdt zij scholen in de tang. Voor hun voorbestaan zijn de resultaten van groot belang. Als het niet mogelijk is om op korte termijn het team tot betere prestaties aan te zetten, rest hen slechts de selectie aan de poort.

Steeds vaker krijg ik besluiten van toelatingscommissies en overgangs- vergaderingen onder ogen waarbij niet duidelijk is waarom een leerling die aan de eisen voldoet, de kans niet krijgt. Het motief is dan dat het in de toekomst waarschijnlijk te moeilijk zal worden voor de leerling, lees: een risico voor de school zal inhouden. Niet de lat hoog leggen en het kind uitdagen, maar het probleem van een slecht resultaat vóór zijn. Als ouder van vijf kinderen, in totaal 71 schooljaren, heb ik in mijn contacten met scholen veel geleerd over het belang van vertrouwen als voorwaarde voor goed onderwijs. Niet het vertrouwen dat veel scholen tegenwoordig eisen van hun leerlingen en ouders. Dat vertrouwen moeten scholen verdienen.

De docenten die in staat waren onze kinderen iets te leren, gaven hen niet alleen kennis mee, maar iets dat hen in de toekomst veel meer zal opleveren. Deze docenten schonken onze kinderen vertrouwen in zichzelf. Niet als beloning, maar uit waardering. Zij keken voorbij het gerommel in de marge en tilden de leerling op door hem het gevoel te geven dat er in hem een belofte schuilt van mogelijkheden en krachten die hij zelf nog niet kent. Topdocenten die als zij dit lezen weten dat ik hen bedoel, en aan wie ik, met oneindig veel dank, dit stukje opdraag.

Geschreven in opdracht van www.balansdigitaal.nl